Hier een gedeelte van het artikel gepubliceerd in de Gelderlander van 21 september 2019, het interview met Wim Aben.
Van verslaggever Herman Wissink

,,Mensen roepen vaak maar wat, praten elkaar na, zonder te weten waar ze het over hebben.” Wim Aben (66) uit Rijkevoort kan er niet zo goed tegen. Als wetenschapper heeft hij het graag over de feiten. Meten is weten.

Met die gedachte ging Aben met een aantal leden van de projectgroep Burgerwetenschapper Land van Cuijk aan de slag. Inmiddels hebben ze een fijnstofmeter ontwikkeld die bijna zo ver is dat die op de markt gebracht kan worden.

,,Met name fijnstof is een belangrijke component die gemeten kan worden met deze meter”, legt Aben uit. ,,Het betreft hier fijnstof (PM2.5). Dit is stof die voor het blote oog niet zichtbaar : 2.5 micrometer is 100.000 maal kleiner dan een mensenhaar. Dit is stof dat wij allemaal inademen. Gemiddeld zestien keer per minuut.”

Volgens Aben zijn er allerlei onderzoeken geweest naar die stofjes. ,,Er is gekeken naar placenta’s van vrouwen die net bevallen zijn. daarin kwamen kleine metaaldeeltjes voor. Die komen dus bij embryo’s waarbij de ontwikkeling in volle gang is, de meest kwetsbare groep.”

,,Als deeltjes zo klein zijn, komen ze in de bloedbaan. Grotere koolstofdeeltjes komen niet verder dan halfweg de longen. Maar als ze zo klein zijn dat ze in de bloedbaan komen, tasten ze op lange termijn ons immuunsysteem aan. Aan dit fijnstof zitten namelijk zware metalen, bacteriën en virussen gehecht. Het immuunsysteem van de mens kan tot op zekere hoogte deeltjes die het lichaam binnenkomen wel vernietigen. Maar daar zit een grens aan. Op langere termijn ontwikkel je ziektes als COPD, astma en longkanker.”

Zeker nu de hele discussie over stikstof actueel is, vindt Aben het belangrijk dat mensen weten waar ze het over hebben. ,,Iedereen vermoedt dat er rond Schiphol meer fijnstof is. Een logische gedachte. Maar over welke waarden hebben we het? Maak in Nederland een netwerk van meters en we weten precies waar het smerig is.”De gegevens die Aben en consorten met de fijnstofmeters verzamelen gaan rechtstreeks naar het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. ,,En via het RIVM ook naar het longfonds”, zegt Aben, die voor zijn pensioen een milieuadviesbureau had. ,,Het RIVM ontwikkelt aan de hand van de enorme massa data die ze krijgen algoritmen, waarmee die data beter geanalyseerd kan worden. Aan de hand daarvan kan er beter beleid gemaakt worden.”

En een goed beleid kan volgens Aben weer leiden tot gezondere mensen. ,,Heel simpel, door een schonere lucht, zijn er minder zieke mensen en minder zorgkosten.”

In het Land van Cuijk is de lucht volgens Aben niet al te schoon. ,,Als je de grenswaarde voor schone lucht, ik noem maar een getal, 150 is, dan zit je hier op sommige plekken op 200.”